Uitspraak · Ambtenarenrecht
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 29 februari 2016
ECLI:NL:OGAACMB:2016:19Zaaknummer GAZA nr. 2194 van 2015
- Instantie
- Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 29 februari 2016
- Publicatiedatum
- 3 maart 2016
- Zaaknummer
- GAZA nr. 2194 van 2015
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
bezwaar tegen uitblijven van een beslissing op het verzoek om heroverweging op een eerder genomen beschikking door verweerder. Verweerder heeft reeds op het verzoek beslist. Verzoek is niet-ontvankelijk.
3 DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.
Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 29 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Uitspraak d.d. 29 februari 2016
GAZA nr. 2194 van 2015
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar van:
[ Klager ],
wonende in Aruba,
KLAGER
in persoon,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN FINANCIËN EN OVERHEIDSORGANISATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. I.L. Ras-Orman (DWJZ)
1 PROCESVERLOOP
Bij brief van 30 augustus 2014 heeft klager verweerder verzocht om heroverweging van de beschikking van 26 september 2011, waarbij zijn verzoek om bevorderingen is afgewezen.
Tegen het uitblijven van een beslissing op voornoemd verzoek, heeft klager op 28 september 2015 bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht.
De zaak is mondeling behandeld ter zitting van 18 januari 2016, alwaar klager in persoon en verweerder bij de gemachtigde voornoemd zijn verschenen.
Uitspraak is bepaald op heden.
2 OVERWEGINGEN
Gebleken is dat verweerder op 13 januari 2016 alsnog heeft beslist op het verzoek van klager van 30 augustus 2014. Dit betekent dat klager bij onderhavige procedure geen procesbelang meer heeft, nu hij alsnog een reële beslissing op zijn verzoek heeft ontvangen. Tegen deze beschikking heeft klager desgewenst bezwaar kunnen maken.
Gelet hierop zal klager niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn onderhavig bezwaar.
3 DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.
Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 29 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.
Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.