Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 6 januari 2026
ECLI:NL:HR:2026:9Zaaknummer 24/00426
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 januari 2026
- Publicatiedatum
- 6 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/00426
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staande gevaarlijke hond (Mechelse herder) tijdens vechtpartij op straat, waardoor hond een ander meermalen in zijn lichaam en hoofd bijt, art. 425.2 Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdachte als “hoeder” van “gevaarlijke hond” niet juiste maatregelen heeft getroffen die hem in staat stellen te voldoen aan zorgplicht a.b.i. art. 425.2 Sr? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361.3 Sv. Kon hof oordelen dat vordering benadeelde partij t.a.v. deel van materiële schade (kosten voor herstellen van tatoeages) en deel van immateriële schade (smartengeld) een onevenredige belasting van strafproces vormt? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00426
Datum 6 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 februari 2024, nummer 20-000197-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.M.J. Joris bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat C.A.M. Dilven bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:1108 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2024:667 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1108 Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.