Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 30 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:878Zaaknummer 24/02781
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Publicatiedatum
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/02781
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van eerbaarheid door in lift van studentencomplex dichtbij aangeefster te staan en onverhoeds naar bovenkant van haar topje te grijpen, waardoor zij werd gedwongen ontuchtige handelingen (vastpakken topje ter hoogte van borst en aanraken bovenlichaam) te dulden, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht t.a.v. fysiek aanraken van aangeefster. 2. Kunnen gedragingen van verdachte als ontuchtig worden aangemerkt? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Gelet op aangifte, camerabeelden en verklaring van verdachte is ’s hofs vaststelling dat verdachte bovenlichaam van aangeefster heeft aangeraakt niet onbegrijpelijk. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat, gelet op aard en context van handelingen, opmerkingen van verdachte tegen aangeefster en intenties van verdachte, sprake was van ontuchtige handelingen, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02781
Datum 30 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2024, nummer 20-002116-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van de Kerkhof bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 en 3.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2693 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2026:401 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:401 Parket bij de Hoge Raad, 21 april 2026 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.