Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 20 januari 2026
ECLI:NL:HR:2026:80Zaaknummer 23/04940
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 januari 2026
- Publicatiedatum
- 20 januari 2026
- Zaaknummer
- 23/04940
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Schuldwitwassen van auto door tenaamstelling auto afkomstig uit faillissementsfraude, art. 420quater.1.b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten m.b.t. witwashandelingen t.a.v. auto. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof is van oordeel dat verdachte de auto heeft verworven en voorhanden gehad doordat zij deze op haar naam heeft laten zetten. Tenaamstelling van voertuig brengt nog niet mee dat degene op wiens naam dit voertuig staat, feitelijke beschikkingsmacht hierover heeft. ’s Hofs oordeel is daarmee ontoereikend gemotiveerd. Dit tast echter bewezenverklaring niet aan, nu ook is bewezenverklaard dat verdachte heeft verhuld wie rechthebbende op een of meer van bewezenverklaarde voorwerpen was, terwijl uit bewijsvoering blijkt dat verdachte op verzoek van haar vader (i.v.m. diens faillissement) de auto op haar naam heeft laten zetten, waarmee is verhuld wie rechthebbende op dit voertuig was (te weten haar vader). Volgt verwerping. Samenhang met 23/04826, 23/04870, 23/04893 en 23/04938.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04940
Datum 20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2023, nummer 23-000602-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Berndsen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring van het tenlastegelegde schuldwitwassen van de Volkswagen Polo.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de omstandigheid dat de verdachte strafbaar is verklaard maar dat geen straf of maatregel is opgelegd, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3642 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:1230 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1230 Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.