Uitspraak · Verbintenissenrecht

Hoge Raad, 27 maart 2026

ECLI:NL:HR:2026:508Zaaknummer 25/01327

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
25/01327
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Schadevergoedingsrecht. Tuinder stelt vordering tot schadevergoeding in jegens Gasunie op grond van o.m. Algemene voorwaarden betreffende aanleg en instandhouding van leidingen (AVL 1995). Vraag of ook schade van zustervennootschap vergoed moet worden. Belemmeringenwet Privaatrecht (oud). Vereenzelviging?

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Jonkergouw in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gasunie begroot op € 17.016,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Jonkergouw deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.R. Salomons, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 maart 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/01327

Datum 27 maart 2026

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: Jonkergouw,

advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas,

tegen

GASUNIE TRANSPORT SERVICES B.V.,

gevestigd te Groningen,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Gasunie,

advocaat: J.A.M.A. Sluysmans.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/18/191441/ HA ZA 19-71 van de rechtbank Noord-Nederland van 4 september 2019, 10 februari 2021, 21 april 2021, 24 augustus 2022 en 15 februari 2023;

b. het arrest in de zaak 200.330.840/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2025.

Jonkergouw heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Gasunie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van Jonkergouw hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Jonkergouw in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gasunie begroot op € 17.016,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Jonkergouw deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.R. Salomons, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 maart 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.