Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 24 maart 2026
ECLI:NL:HR:2026:476Zaaknummer 24/03219
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 maart 2026
- Publicatiedatum
- 24 maart 2026
- Zaaknummer
- 24/03219
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Marktplaatsfraude. Medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr), medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420.1.b Sr) en als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.4 Sr). Strafoplegging in strijd met art. 9.4 Sr, nu aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden is opgelegd in combinatie met taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft aan verdachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. Onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel bedraagt dus meer dan 6 maanden. Daarnaast heeft hof een taakstraf van 180 uren opgelegd. Strafoplegging in zijn geheel is daarmee in strijd met art. 9.4 Sr. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging (met uitzondering van schadevergoedingsmaatregel). Samenhang met 24/03216 J.
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03219
Datum 24 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 augustus 2024, nummer 22-002748-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.E. Kötter en J.L. L’Homme bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1415 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2026:65 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:65 Parket bij de Hoge Raad, 13 januari 2026 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.