Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 20 januari 2026
ECLI:NL:HR:2026:45Zaaknummer 24/04421
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 januari 2026
- Publicatiedatum
- 20 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/04421
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beslissing van wrakingskamer hof tot niet-ontvankelijkverklaring van hoger beroep tegen afwijzing van wrakingsverzoek a.b.i. art. 512 Sv door Rb. Ontvankelijkheid cassatieberoep, beroep op doorbreking van rechtsmiddelenverbod. O.g.v. art. 515.5 Sv staat tegen beslissing op verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat cassatieberoep (dat is gericht tegen niet-ontvankelijkverklaring van h.b. tegen afwijzing door Rb van verzoek tot wraking) n-o is. Verzoeker n-o.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04421
Datum 20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verzoeker],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verzoeker.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op grond van artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep –dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot wraking – niet‑ontvankelijk is.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3137 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:1180 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1180 Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3137 Gerechtshof Amsterdam, 14 november 2024 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.