Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 13 januari 2026

ECLI:NL:HR:2026:42Zaaknummer 24/00163

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
24/00163
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Medeplegen poging tot doodslag in kapperszaak, art. 287 jo. art. 45 Sr. Noodweer, art. 41.1 Sr. Kon hof oordelen dat lezing van verdachte dat slachtoffer als eerste mes tevoorschijn haalde, geen steun vindt in dossier? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00162 en 24/00230 en met 24/00852 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00163

Datum 13 januari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2024, nummer 21-006082-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.