Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 10 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:212Zaaknummer 23/03883
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 februari 2026
- Publicatiedatum
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 23/03883
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. verlaten plaats ongeval (art. 7.1 WVW 1994), gevaar op weg veroorzaken (art. 5 WVW 1994) en rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994). Betekening oproeping nadere tz. in hoger beroep, ontbrekende akte van uitreiking. Oproeping rechtsgeldig betekend, nu betekeningsstukken zich niet in dossier bevinden? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij stukken bevindt zich oproeping voor nadere tz. in h.b. Bij stukken bevindt zich evenwel niet akte van uitreiking die daarbij hoort. Medewerker strafgriffie HR heeft bij hof de betekeningsstukken van oproeping voor nadere tz. in h.b. opgevraagd. Uit daarop verkregen reactie kan worden afgeleid dat betekeningsstukken betreffende oproeping voor nadere tz. in h.b. zich niet in dossier van hof bevinden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat deze niet op de bij wet voorgeschreven wijze is betekend. HR verklaart betekening van oproeping voor nadere tz. in h.b. nietig.
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus 2023 nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03883
Datum 10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 augustus 2023, nummer 21-005463-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten E.M. Bakx en R.P. Snorn bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot nietigverklaring van de oproeping voor de terechtzitting op 29 augustus 2023.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de oproeping voor de zitting in hoger beroep van 29 augustus 2023 geldig is betekend (uitgereikt).
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.6.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus 2023 nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:1353 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1353 Parket bij de Hoge Raad, 9 december 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.