Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 27 oktober 2026
ECLI:NL:HR:2026:1751Zaaknummer 25/00461
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 25/00461
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Onderzoek Messina. Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen drijven van groothandel in ketamine. Economische zaak. 1. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat betrokkene per transport € 16.000 heeft gekregen? 2. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden vanwege toegepaste strafkorting in strafzaak? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00461 P
Datum 27 oktober 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 30 januari 2025, nummer 23-001359-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat V.P.J. Tuma bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2026:793 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2025:274 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:793 Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:274 Gerechtshof Amsterdam, 30 januari 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.