Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 27 oktober 2026

ECLI:NL:HR:2026:1747Zaaknummer 25/00329

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
25/00329
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onderzoek Messina en onderzoek Februus. Medeplegen bereiden van methamfetamine in drugslaboratorium (art. 2.B Opiumwet), medeplegen illegaal dumpen van drugsafval (art. 13 Wet bodembescherming), medeplegen drijven van groothandel in ketamine (art. 38.1 Geneesmiddelenwet), verkopen van methamfetamine (art. 2.B Opiumwet), deelname aan criminele (drugs)organisatie (art. 140.1 Sr en 11b.1 Opiumwet), in voorraad hebben van aanzienlijke hoeveelheid ketamine in bedrijfspand (art. 38.1 Geneesmiddelenwet), aanwezig hebben van MDMA en cocaïne in woning en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen illegaal dumpen van drugsafval t.a.v. medeplegen en kwalificatieklacht. Is bewezenverklaard handelen van verdachte (op bodem neerleggen en laten liggen van voorwerpen) strafbaar gesteld in Wet bodembescherming? 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep herhaald (eerder toegewezen) voorwaardelijk verzoek tot horen van gebruikers van Encro-Chat-accounts als getuigen, op de grond dat het onaannemelijk is dat deze gebruikers binnen afzienbare tijd kunnen worden gehoord, art. 288.1.a Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze zes jaren en tien maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
  4. 4 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00329

Datum 27 oktober 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2025, nummer 23-001365-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren en twee maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze zes jaren en tien maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.