Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 27 oktober 2026

ECLI:NL:HR:2026:1720Zaaknummer 25/00166

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
25/00166
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Weigering bloedonderzoek, art. 163.6 WVW 1994. 1. Pleidooi voorafgaand aan requisitoir. Heeft hof (enkelvoudige kamer) art. 311 jo. 331.1 Sv geschonden doordat raadsman niet heeft kunnen reageren op requisitoir (art. 311.2 Sv), geen gelegenheid tot repliek (en dupliek) is gegeven (art. 311.3 Sv) en raadsman niet recht is gelaten het laatst te spreken (art. 311.4 Sv)? 2. Strafmotivering (geldboete van € 1.000 en ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor 9 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat geen onvoorwaardelijke rijontzegging moet worden opgelegd, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00166

Datum 27 oktober 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 januari 2025, nummer 20-001805-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.H.L. Antonides en M. Draaijers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.