Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 27 oktober 2026

ECLI:NL:HR:2026:1715Zaaknummer 24/04456

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
24/04456
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en loonbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR) en eendaadse samenloop van opzettelijk niet voeren van een bij belastingwet verplichte administratie (art. 69.1 jo. 68.1.d AWR) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), begaan door rechtspersoon. 1. Laatste woord, art. 528.1 jo. 311.4 Sv. 2. Niet ondertekende en niet gedateerde bijlage met bewijsmiddelen. Is sprake van aanvulling bewijsmiddelen a.b.i. art. 365a.2 Sv? 3. Post-Keskin, getuige weet antwoord op vragen van verdediging niet meer. Gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs, gewicht van verklaringen en compenserende factoren. Kon hof oordelen dat verklaringen van getuige niet als “sole or decisive” kunnen worden aangemerkt en bestaan er voldoende compenserende factoren om verklaringen van getuige voor bewijs te gebruiken zonder schending van recht op eerlijk proces? 4. Bewijsklacht. Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering. 5. Verweer strekkende tot (partiële) nietigverklaring van dagvaarding wegens te onduidelijke tll. t.z.v. (inkoop)facturen, creditnota’s of andere documenten, art. 358.3 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00108 en met 24/04270 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04456

Datum 27 oktober 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 november 2024, nummer 23-002933-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats],

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.S. Nan bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.