Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 3 februari 2026

ECLI:NL:HR:2026:168Zaaknummer 24/02196

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
24/02196
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door overbuurman een klap in zijn gezicht te geven, waardoor deze kaakfractuur oploopt (art. 300.2 Sr). Bewijsklacht zwaar lichamelijk letsel. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat mishandeling “een kaakfractuur ten gevolge heeft gehad”? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bewezenverklaring steunt o.m. op schriftelijk bescheid, bevattende medische informatie betreffende slachtoffer. In dit bescheid, opgemaakt door arts naar aanleiding van onderzoek 1 dag na mishandeling, wordt melding gemaakt van (kennelijk eerder uitgevoerde) “uitgebreide onderkaakreconstructie met schouderbot”. Verder wordt vermeld dat geen blijvend letsel is geconstateerd. Uit overige gebruikte bewijsmiddelen kan evenmin worden afgeleid dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel in vorm van kaakfractuur. Daarmee is bewezenverklaring onvoldoende met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
  3. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
  4. 4 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02196

Datum 3 februari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2024, nummer 20-002403-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat van de [benadeelde] heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat de mishandeling door de verdachte “een kaakfractuur ten gevolge heeft gehad”, niet uit de gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.