Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 8 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1420Zaaknummer 24/03827
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 september 2026
- Publicatiedatum
- 8 september 2026
- Zaaknummer
- 24/03827
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen witwassen van geldbedrag (€ 16.000), meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr). Bewijsklachten “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat verdachte met zijn verklaring dat geldbedrag afkomstig is uit verkoop van stuk grond van zijn overleden vader en diens compagnon in Turkije, geen concrete en verifieerbare verklaring heeft gegeven voor herkomst van geldbedrag? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03827
Datum 8 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 oktober 2024, nummer 22-002207-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Vermaat en E.A. Blok bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2026:776 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:776 Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1750 Gerechtshof Den Haag, 4 oktober 2024 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.