Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 1 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1411Zaaknummer 25/00420
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 september 2026
- Publicatiedatum
- 1 september 2026
- Zaaknummer
- 25/00420
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorhanden hebben van pistolen, munitie en stroomstootwapen (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van ploertendoder, veerdrukpistool en veerdrukmachinepistool (art. 13.1 WWM). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedaan verzoek tot horen van getuige, op de grond dat hof de verklaring van getuige niet voor bewijs gebruikt. 2. Schending ondervragingsrecht. Heeft hof het verzoek om getuige te horen kunnen opvatten als voorwaardelijk verzoek? 3. Bewijsklacht alternatief scenario dat DNA van verdachte door secundaire overdracht via handschoen op wapen terecht is gekomen. 4. Strafmotivering (gevangenisstraf van 5 maanden). Heeft hof door verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte in zijn beoordeling betrokken? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00420
Datum 1 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 februari 2025, nummer 20-001084-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.M. van der Marel bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2026:669 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2025:306 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:669 Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2025:306 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 februari 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.