Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 25 augustus 2026
ECLI:NL:HR:2026:1359Zaaknummer 25/01336
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- 25/01336
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Voortgezette handeling van openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en beschadiging van auto (art. 350.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet op geweldshandelingen. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat verdachte niet enkel groep getalsmatig heeft versterkt maar dat hij ook opzet heeft gehad op geweldshandelingen en daaraan voldoende significante bijdrage heeft geleverd. Uit de voor bewijs gebruikte verklaring van ex-vriendin van verdachte blijkt dat verdachte (na het kapot slaan van ruiten) 3 maal met zijn vuist in gezicht van aangever heeft geslagen. Mede op grond daarvan volgt in voldoende mate uit bewijsvoering dat verdachte een voldoende significante bijdrage aan geweldpleging van aangever (door 2 anderen) heeft geleverd. In bewijsvoering ligt besloten dat ook geweldshandelingen tegen (willekeurige) inzittenden van auto door verdachte en medeverdachten niet werden geschuwd en daarmee eveneens dat verdachte niet enkel (passief) aanwezig was bij openlijk gepleegd geweld, in aanmerking genomen dat in cassatie niet wordt betwist ’s hofs oordeel dat sprake is van voortgezette handeling en daarmee dus van 1 ongeoorloofd wilsbesluit. Volgt verwerping.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01336 J
Datum 25 augustus 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2025, nummer 22-001571-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.L.A.M. Pluijmakers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring onder 1 ontoereikend is gemotiveerd wat betreft het opzet van de verdachte op het in de bewezenverklaring vermelde geweld.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2026:577 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2025:3114 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2025:3114 Gerechtshof Den Haag, 27 maart 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.