Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 3 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:122Zaaknummer 24/00802
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Publicatiedatum
- 3 februari 2026
- Zaaknummer
- 24/00802
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Schuldwitwassen van geld op bankrekening, art. 420quater.1.b Sr. Vordering benadeelde partij. 1. Rechtstreekse schade, art. 51f.1 Sv. Kon hof oordelen dat sprake is van rechtstreekse schade op de grond dat b.p. t.g.v. witwashandelingen van verdachte het onverschuldigd betaalde geldbedrag niet met succes kon terugvorderen? 2. Hoofdelijke toewijzing. Kon hof vordering b.p. hoofdelijk toewijzen aan verdachte, nu hof niet heeft gemotiveerd welke concrete onrechtmatige handelingen in groepsverband de schade hebben veroorzaakt? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00801 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00802
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 februari 2024, nummer 20-001826-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.W.J. Faber bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:1281 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2024:626 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1281 Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.