Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 14 juli 2026
ECLI:NL:HR:2026:1203Zaaknummer 25/01199
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Publicatiedatum
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 25/01199
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen afpersing van auto (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (€ 352.671,55) (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen afpersing. Volgt uit bewijsmiddelen dat aan aangever “op dwingende en dreigende toon” om sleutels van auto is gevraagd? 2. Bewijsklachten medeplegen gewoontewitwassen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf”, medeplegen en opzet. Kon hof oordelen dat geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf en niet uit de door verdachte genoemde (incasso)werkzaamheden? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01146, 25/01148, 25/01197, 25/01275, 25/01277, 25/01279 P, 25/01288 en 25/01299 en met 25/01198 P, 25/01200 P en 25/01280 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01199
Datum 14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, nummer 20-001811-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte en de advocaat B.P.L. de Vries hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2025:873 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2026:470 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.