Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 7 juli 2026
ECLI:NL:HR:2026:1072Zaaknummer 24/02645
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Publicatiedatum
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/02645
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanwezig hebben van 75,81 gram cocaïne en 877,5 gram heroïne (art. 2.C Opiumwet), vernieling van een enkelband (art. 350.1 Sr), wederspannigheid (art. 180 Sr), diefstal (art. 310 Sr), aanwezig hebben van 10 gram methamfetamine, 2,5 gram heroïne en 0,6 gram cocaïne en diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr). 1. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon hof wat betreft bewezenverklaring van aanwezig hebben van 2,5 gram heroïne en 0,6 gram cocaïne volstaan met opgave van b.m., nu verklaring van verdachte niet inhoudt dat hij deze drugs aanwezig heeft gehad? 2. Duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Kon hof bij oplegging van schadevergoedingsmaatregel van € 10,96 bepalen dat 1 dag gijzeling kan worden toegepast? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02645
Datum 7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, nummer 20-002672-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat E.E.W.J. Maessen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2026:527 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2187 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:527 Parket bij de Hoge Raad, 26 mei 2026 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.