Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 6 juni 2025

ECLI:NL:HR:2025:872Zaaknummer 24/02508

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
24/02508
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Vertegenwoordiging; schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 3:61 lid 2 BW).

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CNB c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 juni 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/02508

Datum 6 juni 2025

ARREST

In de zaak van

[eiseres] HOLDING B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,

tegen

1. COÖPERATIEVE KONINKLIJKE NEDERLANDSE BLOEMBOLLENCENTRALE (U.A.),

gevestigd te Lisse,

2. [verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: CNB c.s.,

advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/09/592391 / HA ZA 20/456 van de rechtbank Den Haag van 16 januari 2021 en 2 juni 2021;

b. het arrest in de zaak 200.310.035/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 april 2024.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

CNB c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor CNB c.s. mede door E.W.T. Kerckhoffs.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CNB c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 juni 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.