Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 23 mei 2025

ECLI:NL:HR:2025:816Zaaknummer 24/01783

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 mei 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
24/01783
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens overlast. Motiveringsklacht.

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de huurder in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verhuurder begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 23 mei 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/01783

Datum 23 mei 2025

ARREST

In de zaak van

[de huurder],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: de huurder,

advocaat: M.W. van der Heijden,

tegen

STICHTING VIVARE,

gevestigd te Arnhem,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de verhuurder,

advocaat: R.D. Boesveld.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 9477414 / CV EXPL 21-7996 /498 /51710 van de rechtbank Gelderland van 1 december 2021 en 4 mei 2022;

b. de arresten in de zaak 200.315.414 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2022 en 27 februari 2024.

De huurder heeft tegen het arrest van het hof van 27 februari 2024 beroep in cassatie ingesteld.

De verhuurder heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de verhuurder toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de huurder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de huurder in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verhuurder begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 23 mei 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.