Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 16 mei 2025
ECLI:NL:HR:2025:755Zaaknummer 24/01995
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 16 mei 2025
- Publicatiedatum
- 16 mei 2025
- Zaaknummer
- 24/01995
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Beslag- en executierecht. Schuldoverneming door derdebeslagene van schuld van beslagene? Miskenning van devolutieve werking van hoger beroep of treden buiten grenzen van rechtsstrijd in hoger beroep?
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Egelinck begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 16 mei 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01995
Datum 16 mei 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
EGELINCK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Egelinck,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/595237 / HA ZA 20-624 van de rechtbank Den Haag van 20 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.995/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 augustus 2023 en 20 februari 2024.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Egelinck is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Egelinck begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 16 mei 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2024:198 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:205 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:205 Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2025 (burgerlijk procesrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:198 Gerechtshof Den Haag, 20 februari 2024 (burgerlijk procesrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.