Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 25 april 2025

ECLI:NL:HR:2025:664Zaaknummer 24/00470

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
24/00470
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Art. 6 EVRM; art. 6:162 BW. Vordering verbod in kort geding tegen de Staat om tot uitlevering over te gaan in verband met gestelde (dreigende) schending van fundamentele rechten. Taakverdeling uitleveringsrechter, Minister en burgerlijke rechter.

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Staat deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, M. Kuijer, A.E.B. ter Heide en F. Posthumus, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 april 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/00470

Datum 25 april 2025

ARREST

In de zaak van

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),

zetelende te Den Haag,

EISER tot cassatie,

hierna: de Staat,

advocaten: G.C. Nieuwland en M.E.A. Möhring,

tegen

[verweerder],

verblijvende te [verblijfplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: A.M. van Aerde.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C09/645075/KG ZA 23-249 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 17 mei 2023;

b. het arrest in de zaak 200.328.650/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 december 2023.

De Staat heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door N.M. Bilderbeek. De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van de Staat hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest.[_2432db57-e515-4fc4-b8fe-9ad255eb3c75] De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Staat deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, M. Kuijer, A.E.B. ter Heide en F. Posthumus, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 april 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.