Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 8 april 2025

ECLI:NL:HR:2025:513Zaaknummer 24/02921

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
8 april 2025
Zaaknummer
24/02921
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Albanese en Griekse nationaliteit) naar Albanië t.z.v. voorgenomen moord in 2019 in Albanië. Genoegzaamheid van stukken, art. 18.3.b Uitleveringswet en art. 12.2.b EUV. Verzoek tot inwinnen van nadere informatie bij verzoekende staat over plaats waar opgeëiste persoon de hem verweten feiten heeft begaan. HR: art. 81.1 RO.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02921 U

Datum 8 april 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg van 22 juli 2024, nummer UTL-I-2023047456, op verzoek van de Republiek Albanië tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat W.R. Jonk bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.