Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 1 april 2025
ECLI:NL:HR:2025:489Zaaknummer 23/02742
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 april 2025
- Publicatiedatum
- 1 april 2025
- Zaaknummer
- 23/02742
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen poging tot doodslag op 2 personen door hen met honkbalknuppel te slaan en met kracht met gebalde vuist tegen hun hoofden en lichamen te slaan, nadat gestolen bromfiets van dochter van verdachte door 1 van hen te koop is aangeboden (art. 287 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg van medeplegen poging tot doodslag en veroordeling voor medeplegen poging tot zware mishandeling. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet op dood, art. 287 Sr. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02742
Datum 1 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2023, nummer 23-002040-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Bektesevic, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1587 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:239 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:767 Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2026:768 Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:239 Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1587 Gerechtshof Amsterdam, 6 juli 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.