Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 1 april 2025

ECLI:NL:HR:2025:473Zaaknummer 22/04017

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
1 april 2025
Zaaknummer
22/04017
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanwezig hebben van hennep(toppen) en hasjiesh (art. 3B Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). Ontbrekende pleitnota in hoger beroep. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Pleitnota die in p-v van tz. in h.b. is vermeld, ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van afschrift van deze pleitnota. Griffier hof heeft bij brief aan HR bericht dat pleitnota kennelijk in het ongerede is geraakt en daarom niet meer kan worden aangeleverd. HR kan daardoor niet nagaan of ttz. meer verweren zijn gevoerd dan wel of daar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in ‘s hofs uitspraak zijn vermeld. Dit verzuim strijdt zozeer met behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het derde cassatiemiddel
  3. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
  4. 4 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04017

Datum 1 april 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 oktober 2022, nummer 21-002700-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de pleitnota die op de terechtzitting in hoger beroep door de raadsman van de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken bevindt.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.4.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste en het tweede cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2025.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.