Uitspraak · Verbintenissenrecht

Hoge Raad, 21 maart 2025

ECLI:NL:HR:2025:421Zaaknummer 24/00668

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 maart 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
24/00668
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Erfrecht. Ongerechtvaardigde verrijking van twee zussen ten koste van hun ouders met wie zij samenwoonden en boerenbedrijf uitoefenden? Omvang nalatenschap ouders.

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 maart 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/00668

Datum 21 maart 2025

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

1. [verweerster 1],

wonende te [plaats],

2. [verweerster 2],

wonende te [plaats],

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna: [verweerster 1] en [verweerster 2],

advocaat: A.C. de Bakker,

3. [verweerster 3],

wonende te [plaats],

4. [verweerder 4],

wonende te [plaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: [verweerster 3] en [verweerder 4],

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/01/297461 / HA ZA 15-585 van de rechtbank Oost-Brabant van 30 december 2015, 24 augustus 2016, 19 oktober 2016, 17 juni 2020 en 24 maart 2021, welk laatste vonnis is verbeterd bij vonnis van 26 mei 2021;

b. het arrest in de zaak 200.297.542/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 november 2023.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster 1] en [verweerster 2] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

Tegen [verweerster 3] en [verweerder 4] is verstek verleend.

De zaak is voor [verweerster 1] en [verweerster 2] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 maart 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.