Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 18 maart 2025
ECLI:NL:HR:2025:371Zaaknummer 23/05013
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 maart 2025
- Publicatiedatum
- 18 maart 2025
- Zaaknummer
- 23/05013
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen moord door in 2020 in Rotterdam ander op openbare weg in woonwijk te liquideren terwijl hij met zijn vrouw de hond uitlaat (art. 289 Sr), voorhanden hebben van automatisch vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM), brandstichting van de bij liquidatie gebruikte auto (art. 157.1 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels van die auto (art. 311.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 21 jaren). Heeft hof art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR geschonden door geen rekening te houden met omstandigheid dat nieuwe VI-regeling nadeliger uitpakt voor verdachte? 2. Vordering benadeelde partij t.z.v. gederfde inkomsten en oplegging schadevergoedingsmaatregel. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/05013
Datum 18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 december 2023, nummer 22-001834-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:22 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2558 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:22 Parket bij de Hoge Raad, 7 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2558 Gerechtshof Den Haag, 20 december 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.