Uitspraak · Internationaal privaatrecht

Hoge Raad, 21 februari 2025

ECLI:NL:HR:2025:313Zaaknummer 24/00119

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 februari 2025
Publicatiedatum
21 februari 2025
Zaaknummer
24/00119
Rechtsgebied
Civiel recht, Internationaal privaatrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Art. 17 lid 1 sub c Verordening Brussel I-bis. Dodelijk skiongeval in Oostenrijk. Is Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van vordering tot schadevergoeding tegen exploitant van skigebied?

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alpbacher Bergbahn begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 februari 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/00119

Datum 21 februari 2025

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1],

wonende te [plaats],

2. [eiser 2],

wonende te [plaats],

3. [eiser 3],

wonende te [plaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: K. Aantjes,

tegen

ALPBACHER BERGBAHN GESELLSCHAFT m.b.H. & Co. KG,

gevestigd te Alpbach, Oostenrijk,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Alpbacher Bergbahn,

advocaat: P.A. Fruytier.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/05/397703 / HA ZA 21-633 van de rechtbank Gelderland van 18 mei 2022;

b. het arrest in de zaak 200.315.282 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 oktober 2023.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Alpbacher Bergbahn heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Alpbacher Bergbahn toegelicht door haar advocaat en mede door J.P. Jas.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alpbacher Bergbahn begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 februari 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.