Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 18 februari 2025
ECLI:NL:HR:2025:301Zaaknummer 24/02723
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 februari 2025
- Publicatiedatum
- 18 februari 2025
- Zaaknummer
- 24/02723
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Openlijke geweldpleging (meermalen gepleegd) op straat na ruzie in rokersruimte van café, art. 141.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhoudende dat niet bewezen kan worden dat verdachte de persoon is die is aangeduid als NN1, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft gemotiveerd waarom het is afgeweken van standpunt van raadsvrouw. ‘s Hofs oordeel is in het licht van wat raadsvrouw heeft aangevoerd ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat beide verbalisanten de verdachte ambtshalve kennen, zodat herkenning holistisch plaatsvindt. Hof heeft uos toereikend gemotiveerd verworpen en bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 22/02416 en 22/02501.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02723
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, nummer 23-000166-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof onvoldoende gemotiveerd is voorbijgegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat niet bewezen kan worden dat de verdachte de persoon is die is aangeduid als NN1, althans dat de bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde in zoverre ontoereikend is gemotiveerd.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:6 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1917 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:6 Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1917 Gerechtshof Amsterdam, 9 juli 2024 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.