Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 18 maart 2025

ECLI:NL:HR:2025:297Zaaknummer 23/02544

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 maart 2025
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
23/02544
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gewelddadige woningoverval in 2022 in Leiden. Medeplegen diefstal met (bedreiging met) geweld (art. 312.2.2 Sr) en diefstal met valse sleutel (art. 311.1.5 Sr). 1. Dertien uitdrukkelijk onderbouwde standpunten over bewijs, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht. Heeft hof bedoeld medeplegen bewezen te verklaren? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. In schriftuur genoemde “standpunten” houden, als pleitnota welwillend wordt gelezen, 1 uos in dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat er omstandigheden zijn waardoor ongeloofwaardig is dat hij feiten heeft begaan. Reden waarom hof dat wel geloofwaardig vindt, volgt echter uit bewijsvoering. Nu hof dus wel op dit standpunt heeft gereageerd, missen deze onderdelen van middel feitelijke grondslag. ‘s Hofs oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Hof heeft verder toereikend gemotiveerd geoordeeld dat verklaringen van aangever in de kern in hoge mate overeenstemmen en voor bewijs kunnen worden gebruikt. Ad 2. Het is niet onduidelijk wat hof bewezen heeft willen verklaren. Door kennelijke misslag zijn woorden “en/of zijn mededader” niet uit tll. weggestreept. Belang ontbreekt bovendien omdat middel alleen is gericht tegen bewezenverklaring en niet tegen strafoplegging. Volgt verwerping.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02544

Datum 18 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 juni 2023, nummer 22-002776-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1

Het eerste en het tweede cassatiemiddel komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.

2.2

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.