Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 18 februari 2025

ECLI:NL:HR:2025:271Zaaknummer 23/04383

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
18 februari 2025
Zaaknummer
23/04383
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van 315,7 kg cocaïne vanuit Brazilië via haven van Antwerpen naar Nederland (art. 10a.1 Opiumwet) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr jo. 11b Opiumwet). 1. Bewijsklachten voorbereidingshandelingen en deelneming aan criminele organisatie. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. alternatief scenario m.b.t. rol van verdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04374, 23/04388, 23/04391, 23/04413, 23/04429, 23/04433, 23/04440, 23/04462, 23/04477, 23/04495 en 23/04526.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04383

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2023, nummer 20-002180-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.C. Reisinger en R.L. Vermeulen, beiden advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.