Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 7 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:21Zaaknummer 23/04533
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Publicatiedatum
- 7 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/04533
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op horloge onder klager n.a.v. vonnis van Duitse rechter, waarna Rb klaagschrift n-o heeft verklaard omdat het niet binnen 3 maanden na eindigen van vervolgde zaak is ingediend (art. 552a.3 Sv). Ontvankelijkheid cassatieberoep na teruggave aan klager, art. 134.2.a jo. 118a.1 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Uit ingewonnen informatie blijkt dat er voor horloge een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden, die in mindering is gebracht op nog openstaand bedrag van confiscatiebevel van Duitse autoriteiten. Hieruit kan worden afgeleid dat voorwerp door OM aan klager is teruggegeven (art. 118a.1 Sv). Indien een ex art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerp na zekerheidsstelling a.b.i. art. 118a Sv aan klager is teruggegeven, is daarmee beslag geëindigd, zoals volgt uit art. 134.2.a Sv. Dat brengt mee dat klager n-o is in het door hem ingestelde beroep. Klager n-o.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04533 B
Datum 7 januari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 22 november 2023, nummer RK 23/024057, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J. Weldam, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:1075 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:1075 Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2024 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.