Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 4 februari 2025

ECLI:NL:HR:2025:173Zaaknummer 24/03154

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
4 februari 2025
Zaaknummer
24/03154
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op telefoons onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten. Klaagschrift ontvankelijk, nu klager niet binnen 14 dagen na kennisgeving a.b.i. art. 5.4.10.1 Sv klaagschrift heeft ingediend? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel Rb dat klager op 9-1-2024 of daags daarna op hoogte raakte van beslag en mogelijke rechtsmiddel en dat er dus sprake is van kennisgeving van beslag a.b.i. art. 5.4.10 Sv, is niet zonder meer begrijpelijk, omdat mededeling van raadsvrouw ter zitting niets inhoudt over inhoud van kennisgeving en of deze ook melding maakt van termijn van 14 dagen waarbinnen klaagschrift moet worden ingediend en Rb niet heeft vastgesteld dat klager (anderszins) op de hoogte was van indieningstermijn van 14 dagen die is gesteld in art. 5.4.10.1 Sv. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03154 Br

Datum 4 februari 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 24 juni 2024, nummer RK 24/007869, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank van het beklag van de klager wegens overschrijding van de termijn.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.