Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 14 oktober 2025
ECLI:NL:HR:2025:1498Zaaknummer 23/04336
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2025
- Publicatiedatum
- 14 oktober 2025
- Zaaknummer
- 23/04336
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
(Poging tot) diefstal (d.m.v. braak), meermalen gepleegd (art. 310 en 311.1.5 Sr) en mishandeling (art. 300.1 Sr). Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel. Motivering beslissing hof, art. 6:6:5.1 Sv. Verweer dat tul vordering van voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel moet worden afgewezen omdat behandeling in forensisch psychiatrische kliniek i.h.k.v. voorwaardelijke straf de voorkeur verdient. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04335 en 24/01039.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04336
Datum 14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 november 2023, nummer 20-002433-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:772 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2023:4322 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.