Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 30 september 2025
ECLI:NL:HR:2025:1397Zaaknummer 23/04964
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 30 september 2025
- Publicatiedatum
- 30 september 2025
- Zaaknummer
- 23/04964
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. verkoop van cocaïne (art. 10a.1 (oud) Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van cocaïne d.m.v. zeilboten vanuit Caraïbisch gebied (art. 10a.1 Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 11a (oud) Opiumwet) en witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 27 maanden). Kon hof in strafverzwarende rekening houden met veroordeling die pas na bewezenverklaarde feiten heeft plaatsgevonden? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04610, 22/04624, 22/04631 en 22/04742.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04964
Datum 30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 december 2023, nummer 23-000180-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3019 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:1049 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:1049 Parket bij de Hoge Raad, 15 juli 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.