Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 7 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:13Zaaknummer 23/03576
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Publicatiedatum
- 7 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/03576
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Pedojacht in Hilversum. Openlijke geweldpleging, 141.1 Sr. 1. Beroep op ontbreken van wederrechtelijkheid o.g.v. burgeraanhouding a.b.i. art. 53 Sv. Kon hof oordelen dat verdachte niet enkel tot doel had aangever over te dragen aan opsporingsambtenaar en dat het handelen van verdachte niet proportioneel was? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 15 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, en taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat art. 9a Sr moet worden toegepast, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03547 en 23/03575.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03576
Datum 7 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2023, nummer 21-001361-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:1096 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2023:7582 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:1096 Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:7582 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.