Uitspraak · Verbintenissenrecht
Hoge Raad, 18 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1159Zaaknummer 24/03269
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 juli 2025
- Publicatiedatum
- 18 juli 2025
- Zaaknummer
- 24/03269
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Mededelingsplicht bij verkoop van appartement. Onrechtmatige daad. Schending devolutieve werking van hoger beroep?
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verkoper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [koper] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verkoper] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 juli 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03269
Datum 18 juli 2025
ARREST
In de zaak van
[verkoper],
wonende te [plaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [verkoper],
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
[koper],
wonende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [koper],
advocaat: H.J.W. Alt.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/213961 / HA ZA 22-120 van de rechtbank Noord-Nederland van 3 augustus 2022 en 11 januari 2023;
b. de rolbeschikking en het arrest in de zaak 200.326.209/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 januari 2024 (rolbeschikking) en 28 mei 2024 (arrest).
[verkoper] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[koper] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [koper] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verkoper] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verkoper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [koper] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verkoper] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 juli 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHARL:2024:3596 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:594 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:594 Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2025 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:3596 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 mei 2024 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.