Uitspraak · Verbintenissenrecht
Hoge Raad, 18 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1154Zaaknummer 24/03062
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 juli 2025
- Publicatiedatum
- 18 juli 2025
- Zaaknummer
- 24/03062
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Spaanse villa-aansprakelijkheid bestuurder. Misleiding bij aantrekken investering. Besteding geïnvesteerde gelden. Klachten over toepassing maatstaf, onrechtmatigheidsoordeel, causaliteit, begroting schade. Procesrecht. Klachten over vorderingen tot terugbetaling van wat o.g.v. vonnis eerste aanleg is betaald en tot vergoeding werkelijke proceskosten. Samenhang met 24/03074.
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Techfront c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Techfront c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Techfront c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 juli 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03062
Datum 18 juli 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats], België,
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
1. TECHFRONT VENTURES B.V.,
gevestigd te Veenendaal,
2. B.V. BOUWMAATSCHAPPIJ “WATERGRAAFSMEER”,
gevestigd te Amsterdam,
3. N.V. “DE DUCKENBURG”,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Techfront c.s.,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/498773 / HL ZA 20-75 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 mei 2020, 26 augustus 2020, 14 april 2021 (rolbeslissing) en 25 mei 2022, en de beslissing op het art. 31 Rv-verzoek van 13 juli 2022;
b. de arresten in de zaak 200.316.553/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 september 2023 en 7 mei 2024, en de beslissing op het art. 32 Rv-verzoek van 16 juli 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 7 mei 2024 beroep in cassatie ingesteld.
Techfront c.s. hebben tegen dit arrest incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en van het incidentele cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Techfront c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Techfront c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Techfront c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 juli 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:658 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2024:4732 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:658 Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2025 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:4732 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 juli 2024 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.