Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 8 juli 2025

ECLI:NL:HR:2025:1080Zaaknummer 23/04856

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
23/04856
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanwezig hebben van 97,3 gram hasj, art. 3.C jo. 11.1 Opiumwet. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427.2.a Sv. Uit bewezenverklaring, die niet inhoudt dat verdachte het feit opzettelijk heeft begaan, blijkt dat ‘s hofs uitspraak over dit feit betrekking heeft op overtreding. Hof heeft voor dit feit toepassing gegeven aan art. 9a Sr en bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. O.g.v. art. 427 Sv staat tegen ’s hofs uitspraak t.a.v. dit feit geen cassatieberoep open. Om die reden kan HR het cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. Verdachte n-o.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04856

Datum 8 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 december 2023, nummer 20-001514-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep beperkt tot de veroordeling voor feit 3. Namens de verdachte heeft de advocaat M.C. van der Want bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Uit de bewezenverklaring, die niet inhoudt dat de verdachte het feit opzettelijk heeft begaan, blijkt dat de uitspraak van het hof over feit 3 betrekking heeft op een overtreding. Het hof heeft voor dat feit toepassing gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Op grond van artikel 427 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen de uitspraak van het hof ten aanzien feit 3 geen cassatieberoep open. Om die reden kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.