Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 8 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1072Zaaknummer 24/01248
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 juli 2025
- Publicatiedatum
- 8 juli 2025
- Zaaknummer
- 24/01248
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Poging tot dwang, art. 284.1.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht “wederrechtelijk”. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Bewezenverklaring houdt in dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging om medewerker(s) van hotel door bedreiging met geweld wederrechtelijk te dwingen geld aan verdachte te verstrekken. ’s Hofs oordeel dat het handelen van verdachte wederrechtelijk is a.b.i. art. 284 Sr, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat ‘s hofs vaststellingen inhouden dat verdachte gedurende lange periode aanhoudend meerdere (met grof geweld dreigende) berichten naar (medewerkers van) hotel heeft gestuurd. Daarin ligt tevens als ’s hofs oordeel besloten dat bewezenverklaarde gedragingen hebben geresulteerd in ernstige aantasting van persoonlijke vrijheid van medewerkers van hotel. Volgt verwerping. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (eisen aan schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffiemedewerker bij e-mailbericht).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01248
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 maart 2024, nummer 23-001315-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.N. de Jager bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1280 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:536 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:536 Parket bij de Hoge Raad, 20 mei 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1280 Gerechtshof Amsterdam, 26 maart 2024 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.