Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 1 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1005Zaaknummer 22/04525
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 juli 2025
- Publicatiedatum
- 1 juli 2025
- Zaaknummer
- 22/04525
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanwezig hebben van 7,3 gram hennep, art. 3.B Opiumwet. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. CAG: Aan verdachte is overtredingsvariant van art. 3.B Opiumwet ten laste gelegd. In tll. ontbreekt immers bestanddeel “opzettelijk”. Hof heeft bewezenverklaarde echter gekwalificeerd als misdrijfvariant van dit art., zoals strafbaar gesteld in art. 11.2 Opiumwet. Die kwalificatie moet, gelet op inhoud van tll. en bewezenverklaring, worden beschouwd als kennelijke misslag. ’s Hofs arrest dient dan ook te worden aangemerkt als uitspraak betreffende overtreding a.b.i. art. 427.2 Sv. Aangezien hof geen hogere straf heeft opgelegd dan (geheel voorwaardelijke) geldboete van € 250 staat o.g.v. art. 427.2.b Sv tegen arrest geen beroep in cassatie open. Verdachte kan dan ook niet worden ontvangen in het namens hem ingestelde beroep. Dat arrest ook uitspraak op tul vordering bevat maakt dit niet anders, omdat dergelijke beslissing buiten beschouwing blijft bij beantwoording van vraag of beroep in cassatie openstaat. Verdachte n-o.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04525
Datum 1 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2022, nummer 21-005059-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.E.M.C. Koudijs bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2025:477 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:477 Parket bij de Hoge Raad, 22 april 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.