Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 7 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:10Zaaknummer 23/02853
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Publicatiedatum
- 7 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/02853
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gewoontewitwassen van geldbedragen (€ 32.636) (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr), mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr) en gewoonte maken van mensensmokkel (art. 197a.2 (oud) jo. 197a.4 (oud) Sr) in wasserij. 1. Bewijsklacht gewoontewitwassen. Vinden onderdelen van bewijsmotivering steun in bewijsmiddelen? 2. Bewijsklacht mensenhandel t.a.v. ontbreken van reële andere keuze dan overnachten in wasserij. 3. Kwalificatieklacht mensenhandel. Kon hof het bewezenverklaarde kwalificeren als mensenhandel “gepleegd door 2 of meer verenigde personen” meermalen gepleegd? 4. Bewijsklacht mensensmokkel t.a.v. gewoonte. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02853
Datum 7 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 juli 2023, nummer 23-002734-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:1100 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3719 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:1100 Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3719 Gerechtshof Amsterdam, 21 juli 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.