Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 9 juli 2024

ECLI:NL:HR:2024:972Zaaknummer 24/00770

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
9 juli 2024
Zaaknummer
24/00770
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beschikking Rb over toelaatbaarheid van uitlevering van patiëntendossier van patiënt, die is overleden aan (complicaties van) anorexia nervosa, i.v.m. verschoningsrecht van klagers (zorginstelling en psychiater van die instelling), na bevel van RC tot uitlevering van patiëntendossier in strafzaak tegen directeur van andere instelling t.z.v. verdenking van benadeling van gezondheid van ander i.h.k.v. individuele gezondheidszorg (art. 91 BIG), in hulpeloze toestand brengen of laten van iemand die aan zijn zorg is toevertrouwd (art. 255 Sr), schending van geheimhoudingsplicht (art. 272 Sr) en dood door schuld (art. 307 Sr). Verhouding tussen medisch beroepsgeheim van klagers en verstrekken van patiëntendossier aan OM. 1. Is sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden die uitzondering op medische geheimhoudingsplicht en daaruit voortvloeiend verschoningsrecht rechtvaardigen? 2.Kon Rb oordelen dat het strikt noodzakelijk is voor waarheidsvinding om het gehele dossier te raadplegen? HR: art. 81.1 RO.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt de beroepen.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00770 Bv

Datum 9 juli 2024

BESCHIKKING

op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2024, nummers RK 23/020268, 23/031677 en 23/031673, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 98 lid 4 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager 1],

gevestigd in [vestigingsplaats],

en

[klager 2],

geboren op [geboortedatum] 1984,

hierna: de klagers.

1 Procesverloop in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de klagers. Namens deze hebben N. van Schaik en H. Brentjes, beiden advocaat in Utrecht, bij gelijkluidende schrifturen cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van de beroepen.

De raadslieden van de klagers hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt de beroepen.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2024.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.