Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 25 juni 2024

ECLI:NL:HR:2024:954Zaaknummer 22/02435

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
22/02435
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. drugstransporten en deelname aan criminele organisatie. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.2 (oud) Sr. 1. Schatting w.v.v. Bestaan er voldoende aanwijzingen dat betrokkene soortgelijke feiten heeft begaan a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr? 2. Kon hof oordelen dat staat geen wettelijke rente over inbeslaggenomen geldbedragen en opbrengsten van verkoop van inbeslaggenomen goederen dient te vergoeden aan betrokkene? 3. Afwijzing van verzoek tot horen van 4 getuigen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02365 P. Vervolg op HR:2018:543.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02435 P

Datum 25 juni 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 28 juni 2022, nummer 22-001670-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R. van Leusden en D.J.M. Dammers, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman D.J.M. Dammers heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.