Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 18 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:902Zaaknummer 23/00953
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 juni 2024
- Publicatiedatum
- 18 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/00953
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ontucht met 3 leerlingen (van 4, 7 en 8 jaar oud) door 33-jarige/36-jarige leraar op basisschool (art. 244 Sr jo. art. 248.2 Sr en art. 249.1 Sr) en bezit van kinderporno (art. 240b.1 Sr). 1. Betrouwbaarheid van verklaringen van leerlingen m.b.t. ontucht. Kon hof zonder gebruikmaking van deskundigenrapportages tot oordeel over betrouwbaarheid van deze verklaringen komen? 2. Bewijsklachten bezit kinderporno. Is sprake van afbeelding van seksuele gedraging a.b.i. art. 240b Sr? HR: art. 81.1 RO.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00953
Datum 18 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 februari 2023, nummer 22-003523-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:398 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2023:297 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4097 Rechtbank Noord-Nederland, 28 september 2026 (materieel strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2385 Gerechtshof Den Haag, 18 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:398 Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:297 Gerechtshof Den Haag, 27 februari 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.