Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 18 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:858Zaaknummer 22/01888
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 juni 2024
- Publicatiedatum
- 18 juni 2024
- Zaaknummer
- 22/01888
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Invoer van cocaïne (art. 2.A Opiumwet). Nietigheid onderzoek ttz. 1. Uitspraak niet binnen 14 dagen na inhoudelijke behandeling van zaak, art. 345 Sv. Kon hof in aanstaande meivakantie reden vinden om na afronding onderzoek ttz. de sluiting van onderzoek uit te stellen tot nadere tz.? 2. Enkelvoudige sluiting van onderzoek ttz., art. 348 en 350 Sv. Is arrest hof gewezen door raadsheren die niet op gehele onderzoek ttz. aanwezig waren, nu op sluitingszitting slechts 1 raadsheer van meervoudige kamer aanwezig was i.v.m. klemmende persoonlijke omstandigheden van andere raadsheer? HR: art. 81.1 RO.
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en acht maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01888
Datum 18 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2022, nummer 23-001854-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en acht maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1494 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2024:399 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:565 Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:611 Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:399 Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1494 Gerechtshof Amsterdam, 17 mei 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.