Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 18 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:848Zaaknummer 22/02330
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 juni 2024
- Publicatiedatum
- 18 juni 2024
- Zaaknummer
- 22/02330
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Straatroof. Medeplegen diefstal met geweld van mobiele telefoon, art. 312.2.2 Sr. Bewijsklachten medeplegen. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangever en medeverdachte voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02330
Datum 18 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 juni 2022, nummer 20-001520-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.I. Zaad, advocaat in 's‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:635 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2957 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:635 Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2957 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 juni 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.