Uitspraak · Intellectueel-eigendomsrecht
Hoge Raad, 17 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:728Zaaknummer 23/00091
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 17 mei 2024
- Publicatiedatum
- 17 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/00091
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Intellectueel-eigendomsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom; octrooirecht. Directe octrooi-inbreuk, (leiding geven aan) voorbehouden handelingen, equivalente inbreukbeoordeling, peildatum kennis vakman.
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Pharmathen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Novartis begroot op € 55.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Pharmathen deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 mei 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00091
Datum 17 mei 2024
ARREST
In de zaak van
PHARMATHEN GLOBAL B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Pharmathen,
advocaten: T. Cohen Jehoram en G.J. Harryvan,
tegen
NOVARTIS A.G.,
gevestigd te Bazel, Zwitserland,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Novartis,
advocaat: A.M. van Aerde.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/625801 / KG ZA 22-201 van de rechtbank Den Haag van 19 juli 2022;
b. het arrest in de zaak 200.314.300/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 november 2022.
Pharmathen heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Novartis heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van Pharmathen heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient Pharmathen te worden verwezen in de proceskosten. Nu Novartis op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie heeft gevorderd en partijen overeenstemming hebben bereikt over de ter zake op de voet van deze bepaling toe te schatten kosten, zal dienovereenkomstig worden beslist (Indicatietarieven in octrooizaken Hoge Raad punt 4).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Pharmathen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Novartis begroot op € 55.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Pharmathen deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 mei 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:328 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2327 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:328 Parket bij de Hoge Raad, 22 maart 2024 (intellectueel-eigendomsrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2327 Gerechtshof Den Haag, 15 november 2022 (intellectueel-eigendomsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.